De aanloop naar het Poortgebouw

Herinneringen uit de tachtiger jaren

Het Poortgebouw kwam er voor woonvereniging Willemina niet zonder slag of stoot. Jarenlange strijd in de krochten van de gemeentelijke politiek, langs democratische paden tot rechtszalen aan toe, het 70-er-jaren idealisme en soms zelfs strijd tegen gelijkgestemden in, was nodig om het gebouw te maken wat het nu is, meer dan 30 jaar later nog steeds een unieke oase in een immer drukker wordende stad. Het was zeker niet gelukt zonder het niet aflatend optimisme, maar vooral ook het onvermoeibare doorzettingsvermogen van het kleine aantal initiatiefnemers van het eerste uur, waarvan een aantal nog altijd in het Poortgebouw wonen. Daarvan moeten in ieder geval genoemd worden Bart en Mechtild, Ted, Margreet en Pieter (Jonkergouw). Ook wij, Pieter en Pauline, waren praktisch vanaf het eerste uur bij de initiatieven betrokken, maar wij speelden geen centrale rol in de aansturing van de processen.
Er is veel werk verzet in die jaren, tussen 1983 en de oplevering van de Poort in 1987/88. Veel van die activiteiten zijn het waard om apart, in meer detail en uitvoeriger te bespreken. Het onderhavige stuk geeft slechts in vogelvlucht een overzicht van de dynamische ontwikkelingen waarmee we gezamenlijk de Poort hebben gerealiseerd.

Het begin
Ook in de tachtiger jaren was er woningnood in Amsterdam, de huizenprijzen waren nog op een historisch dieptepunt, van achterstand in onderhoud was alom sprake. En ook de financiële middelen waren feitelijk even beperkt als ze heden ten dage zijn. Het vinden van geschikte betaalbare woonruimte in Amsterdam voor ‘starters’ met gezinsuitbreidingswensen was ook toen bepaald geen sinecure. Het water stond velen van ons qua woonmogelijkheden en woongenot aan de lippen. De oude wijken rondom het centrum waren weliswaar nog niet echt ontdekt als speculatieobject, maar gespeculeerd werd er wel zeker. Maar mede dankzij de Nieuwmarktrellen van halverwege de jaren ’70 was het tij van grootschalige afbraak van oude wijken en woningen wel al gekeerd en groeide de waardering voor oude industriële gebouwen die een nieuwe bestemming konden krijgen. Er was destijds in Amsterdam zelfs een stimuleringsregeling die het ombouwen van een werkpand in een woonpand moest ondersteunen, de premie D regeling.

In die periode, medio 1983 vormde zich een groep woningzoekers, die onder het motto ‘Goed en Goedkoop Wonen’ plannen ontwikkelde om een bedrijfspand om te bouwen tot wooneenheden. Dat moesten koopwoningen worden, maar ook was er de wens om hierbij huurwoningen te realiseren, waarmee het motto, een ‘sociaal woongebouw’ invulling gegeven werd: ‘mensen met een grotere beurs maken het aantrekkelijk wonen ook voor minder draagkrachtigen mogelijk’. Ook werkte de groep in dit verband serieus aan een antispeculatiebeding, om te voorkomen dat als er een pand gerealiseerd zou worden, de eerste bewoners niet ‘ten onrechte’ zouden profiteren van de input die de groep gezamenlijk had geleverd (en daarmee een barrière op zou werpen voor toekomstige bewoners). Onder deze toenmalige groep waren veel mensen die elkaar goed aanvulden, die de weg kenden binnen de gemeentelijke (huisvestings)kanalen, de overheidssubsidies, woningbouw en -verbouw, financiën, allemaal onmisbare kennis en ervaring en voorwaarden voor een succesvol traject. Een aantal van hen wonen ook nu nog in het Poortgebouw. Maar zo ver was het nog lang niet, ……

Rath & Doodeheefver
Een geschikt pand werd gevonden: het hoofdkantoor van de behangfabriek firma Rath & Doodeheefver aan de Prinsengracht 734, een gebouw uit 1912 met als bijnaam ’Het Behangselpaleis’. Het was een statig en enorm gebouw, zeven etages hoog, dat via de binnentuinen ook nog in verbinding stond met twee kleinere panden aan de Reguliersgracht en een aantal pandjes aan de Noorderstraat. Heel groot dus, heel veel ruimte en veel mogelijkheden. Enthousiasme alom in de groep, en een stimulans voor snelle acties voor ideeontwikkeling, bestudering van mogelijkheden voor opdeling van de vele ruimtes in geschikte appartementen, maar ook acties richting financiers, hypotheekverstrekkers, juridische constructies en niet te vergeten, activiteiten voor uitbreiding van de potentiële bewonersgroep, want het pand was wel erg groot. De strategie van ‘de boom wordt hoe langer hoe dikker’ bleek hiervoor prima te werken: geïnteresseerde vrienden en kennissen werden bij het project betrokken.
Een projectontwikkelaar werd ook snel gevonden: het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten (BNG) (op het Westeinde), destijds nog een semioverheidsbedrijf. Een aantal jaren na hun inspanningen voor ons en na een twijfelachtige overname door ABNAMRO in 2007 bleek het BNG betrokken in een enorme vastgoedfraude rondom het Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds van naar schatting 250 miljoen euro, een zaak die bekend zou worden onder de codenaam ‘de Klimopzaak’. Maar daar had onze zoektocht voor een geschikt woongebouw niets mee te maken. Het BNG kon vanuit hun (destijds nog) sociale interesse veel sympathie opbrengen voor ons initiatief voor ‘Goed en Goedkoop wonen’ en ondersteunde ons daar ten volle in. Maar het opzetten van een juridisch waterdichte constructie voor een gezamenlijke koop van het pand en het verkrijgen van een hypotheek bleek vooralsnog een horde te ver. De voorbereidende activiteiten kostten veel tijd en we waren er nog volop mee bezig toen onverwacht bekend werd dat het pand voor onze neus was weggekocht door een beleggingsmaatschappij die wel in een keer de meerdere miljoenen guldens op tafel kon leggen en hier dure koopappartementen in wilde vestigen…… De groep viel gedesillusioneerd uit elkaar, terug naar af, en ieder moest weer verder met de deprimerende zoektocht naar geschikte woonruimte.

Het Poortgebouw
De desillusie bleek van korte tijd, enige weken later, in het voorjaar van 1984, wekte het BNG onze interesse met het Poortgebouw. Zij hadden als een van de gegadigden het gebouw aangeboden gekregen van de gemeente met het verzoek om er ‘iets’ mee te doen en een ‘woonbestemming’ waar ze met ons, met Rath & Doodeheefver reeds mee bezig waren geweest, paste hier prima bij. Het gebouw stond sinds het vertrek van het Wilhelmina Gasthuis naar het AMC in 1983/84 al enige tijd leeg. De eindeloze discussies in het ‘Centraal Overleg WG-terrein’ (COWG), het overleg tussen de gemeenteraad en B&W met de buurt, wijkopbouworgaan, de (buurt)gezondheidszorg, het ziekenhuiswezen en psychiatrische zorg over de bestemming van het gehele WG-terrein, hadden er in ieder geval al wel toe geleid dat overeenstemming bestond over een gedeelde functie voor het Poortgebouw: gezondheidszorg en een woonbestemming.
Het kostte ons weinig tijd om het pleit te beslissen, op naar het Poortgebouw ….

Als essentiële voorwaarde werd de coöperatieve woonvereniging Willemina opgericht. De architectengroep ging aan de slag met het ontwerp voor de indeling van het gebouw in appartementen, anderen werkten de mogelijkheden uit om zowel koop- als huurwoningen te realiseren, weer anderen verdiepten zich in de financiële en juridische zaken en maakten afspraken met het Bouwfonds als projectontwikkelaar, en als hypotheekverstrekker werd de Verenigde Spaarbank bij de voorbereidingen betrokken. Iedereen spande zich tevens in om uit eigen kennissenkring nieuwe geïnteresseerden bij de groep te betrekken. Ook sloot een aantal publiek bekende CPN’ers zich bij ons initiatief aan.

Het sociaalpsychiatrisch dienstencentrum
Een snelle ontwikkeling van het pand bleek overigens ijdele hoop…. In het COWG deed de vraag zich voor of er in het Poortgebouw toch niet beter een sociaalpsychiatrisch dienstencentrum kon worden ondergebracht, een optie die duidelijk de eerste voorkeur van de buurt had. Overigens, als de gemeente niet aldus zou besluiten kon een woonfunctie ook op ondersteuning van de buurt rekenen, zeker ook omdat wij als woonvereniging Willemina, murw van het lange wachten en de vele onderhandelingen, maar ook omdat dit binnen de toenmalige initiatiefgroep geen probleem bleek, akkoord gingen met een toewijzingssysteem met de voorwaarde dat 50% van de toekomstige bewoners zou bestaan uit mensen die ‘uit de buurt’ zouden komen. Maanden vertraging, maar begin 1985 kwam uiteindelijk het gemeentelijke besluit af om het sociaalpsychiatrisch dagcentrum niet in de Poort te vestigen en nam de gemeente tevens het principebesluit om het Poortgebouw aan het Bouwfonds te verkopen en de grond in erfpacht uit te geven. Met als randvoorwaarde dat het monumentale karakter behouden diende te blijven kon de echte ontwikkeling beginnen, en zo geschiede….

Creatieve uitdagingen
Hoewel, er moesten nog heel wat hobbels genomen worden. De bouwkundige en architectonische hobbels waren groot, maar ook een forse uitdaging aan de creativiteit, vooral de afmetingen van de Poort met zijn zeer hoge verdiepingen en de toenmalige ziekenhuisindeling leverde onconventionele ontwerpen op, met veel entresols, en zelfs in een aantal woningen nog een verhoogd plafond, maar mooi ….!
Een initiële peiling van de woonwensen van toekomstige bewoners leverde al direct spannende, maar ook onoverkomelijke tegenstellingen op. Zo waren er bijvoorbeeld één-persoons huishoudens die een woning wensten met een oppervlak van tweemaal de huidige vierkamerwoningen in de zijbeuk. En ondanks het feit dat die wensen door de potentiële bewoners nogal eisend naar voren werden gebracht, waren dat wensen die ons direct met de neus drukten op het feit dat de criteria die wij nog aan het ontwikkelen waren voor woningtoewijzing helder en ondubbelzinnig moesten zijn, en vooral een invulling moesten zijn voor ons motto: een sociaal woongebouw.
Een andere wellicht nog grotere uitdaging was het realiseren van appartementen, met voldoende daglicht en buitenruimte, op de zolderverdiepingen in het middenstuk en de zijbeuken. En dat zijn er nogal wat: 14 appartementen inclusief de huidige vier 2-etagewoningen. Zonder een bewoonde zolderverdieping zou het gehele project onbetaalbaar zijn. Creativiteit was er voldoende aanwezig, maar zonder ingrijpende aanpassingen aan het dak van het monumentale pand, het verwijderen van aanwezige houten dakkapellen ten behoeve van de inpandige balkons, bleek de eis voor voldoende daglicht en buitenruimte niet realiseerbaar.

Gemeentelijke obstructie
Maar een volgende hobbel lag al klaar. De gemeente formuleerde de wens dat de te realiseren appartementen wel zouden moeten voldoen aan de sociale woningbouwnormen. Met andere woorden, lage woonruimtes, beperkte kamergroottes, enz. Onze enthousiaste ontwerpen leken rijp voor de vuilnisbak. Ook het door ons ingehuurde architectenbureau (Nust) kon er met die normen geen chocola van maken, de Poort liet zich niet in sociale woningbouwnormen persen. Dat had ieder van ons weliswaar direct al gezegd, maar de gemeente moest daar wel van overtuigd worden, en op dit punt leek er daar aanvankelijk weinig flexibiliteit te zijn.
Voor een deel van de toekomstige bewoners, m.n. de CPN-groep was dat de druppel, waarop zij en-masse besloten om uit ons Willemina-initiatief te stappen. Onopgemerkt bleef dit niet in de gemeente, want korte tijd later bereikte ons het verzoek om de namen van alle potentiële bewoners, inclusief hun huidige woonlocatie, bij de gemeente in te leveren. Het leek een vorm van gemeentelijke ballotage en een check op de 50% buurtbewoners-eis, maar het vermoeden was sterk dat dit een verpakt staaltje van politieke kinnesinne was, waarbij de toenmalige PvdA wethouder Schaeffer (“in geouwehoer kun je niet wonen”) zijn CPN-collega’s een voet dwars wilde zetten. PvdA en CPN bleken ook op dit niveau in hoge mate incompatibel. Maar toen uit de inventarisatie bleek dat de CPN-groep uit de woongroep Willemina vertrokken was, en bovendien aan de 50% buurtbewoners-eis werd voldaan, bleek het pleit ook voor de gemeente beslecht en zetten zij zich vol voor ons in. De sociale woningbouwnormen waren van tafel en in juli 1985 werd de aanvraag voor een bouwvergunning bij B&W ingediend.

De Groote Keijser
Maar ondertussen moesten er in de gemeente toch ook nog wat andere harde noten gekraakt worden. De Groote Keijser, het roemruchte kraakpand aan de Keizersgracht 242-252, wierp haar schaduw ook over ‘ons’ Poortgebouw. Na langdurige onderhandelingen met de krakers waren de panden in 1980 door de gemeente opgekocht en in beheer genomen, met het idee ze later over te dragen aan een Amsterdamse woningbouwvereniging. Zo voorspoedig verliep dit echter niet en de gemeente bleef met de Groote Keijser zitten en moest nu zelf het pand geschikt maken voor diverse bewoning. Voor de noodzakelijke verbouwingen moesten de krakers derhalve tijdelijk elders gehuisvest worden, en was het Poortgebouw hiervoor dan geen ideale mogelijkheid? Aldus werden zij ondergebracht in het Poortgebouw, in de oude ziekenhuisruimten die weliswaar slecht waren toegesneden op bewoning, maar, zo dacht de gemeente destijds blijkbaar, dat hoeft voor de krakers geen bezwaar te zijn, zeker niet met het vooruitzicht van de latere huisvesting op de Keizersgracht. En zo woonden de krakers in 1985-1986 in de Poort, waarbij zij overigens wel de toezegging hadden gedaan om hier weer uit te vertrekken zodra ‘hun eigen’ verbouwing gereed zou zijn. Voor ons betekende het overigens wel weer de zoveelste vertraging met toch ook aanhoudende onzekerheid.

De Welstandscommissie
Wel gaf het ons de kans om de noodzakelijke voorbereidingen, de bouwkundige ontwerpen, de financiering, de hypotheken, de erfpacht, afspraken met de notaris, de borging van onze woonvereniging Willemina, het zorgen voor voldoende toekomstige bewoners, en wat dies meer zij, minder haastig af te ronden. Wij moesten toch wachten totdat het Poortgebouw (weer) beschikbaar zou komen.
Een groot succes was dat we erin slaagden om in aanmerking te komen voor de toenmalige premie D subsidie. Dit was een stimuleringsregeling in het leven geroepen om de verbouwing van industriële panden tot woonpanden te stimuleren, en zo een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de woningnood. Het was voor velen van ons een forse aanmoediging om de nodige financiële stappen te durven zetten. Per appartement kon deze overheidsbijdrage oplopen tot wel fl.20.000, toch wel een forse slok op een borrel.
De bouwplannen werden in nauw overleg afgestemd met de architectencommissie voor de oude stad Amsterdam – de welstandscommissie – ontworpen en op een aantal onderdelen aangepast. Op 18 december 1985 concludeerde de welstandscommissie dat er harerzijds geen bezwaar bestond tegen afgifte van een bouwvergunning. Zij juichte het bouwplan toe en concludeerde dat de stedenbouwkundige context met de verbouwing niet werd aangetast. De bouwplannen werden op 12 februari 1986 met een publicatie in dagbladen publiek gemaakt. Op 8 juli werd de aanvraag voor een bouwvergunning ingediend die op 18 september 1986 door B&W aan het Bouwfonds werd verleend t.b.v. ‘het veranderen en vergroten van een gedeelte van het gebouw Helmersplantsoen 104/106 (het Poortgebouw)’.

Het buurtprotest
De vergunning en onze bouwplannen werden ter inzage gelegd. Tegen onze verwachting in kwam hierop een forse reactie van de buurt, een georganiseerd protest van de ‘overburen’ in de Helmersstraat, cynisch genoeg mede aangevoerd door een aanvankelijk lid van onze woonvereniging Willemina (woonachtig in de Borgerstraat), die hier om niet geheel doorgrondelijke redenen was uitgestapt. Zij maakten bezwaar tegen de aantasting van het monumentale karakter van het pand, met name het aanbrengen van de inpandige balkons (loggia’s) in het middendeel, waarvoor de houten dakkapellen zouden moeten sneuvelen, alsmede tegen de balkons die op tweehoog tegen de zijvleugels werden aangebracht. Als alternatief suggereerden zij om geen appartementen op de zolderverdiepingen te vestigen, of als de bewoning van de zolderverdiepingen per sé noodzakelijk was, dat verplaatsing van de inpandige balkons naar de noordzijde (dus een 180o draaiing van de woningen), wel een aanvaardbare optie zou zijn. Voor ons onaanvaardbare aanpassingen die de haalbaarheid van het hele project zouden aantasten.
De gemeente, die nu volledig op onze hand was, zag de risico’s van het protest niet al te zwaar in, en garandeerde ons dat zij onze plannen zelf wel afdoende in het geding zou verdedigen. Wij zouden zelf geen verdediging hoeven voeren. Wie schetst onze schok dat desalniettemin de bouwvergunning werd opgeschort, en dat we dus gedwongen werden in hoger beroep te gaan.

Het hoger beroep
Niet geheel armlastig als vereniging Willemina met tenminste 33 leden, en ervan overtuigd dat we verder geen risico’s meer konden lopen, namen wij het gerenommeerde advocatenkantoor Stibbe, Blaisse & De Jong in arm, die ons in hoger beroep zou moeten verdedigen. We vertrouwden de verdediging van onze plannen niet meer toe aan de gemeente, maar stemden ons pleidooi natuurlijk wel nauw met hen af. Een respectabele pleitnota werd samengesteld. Nu zouden we echt van ons laten horen!!! Het kostte ons ieder fl.1.000, toch nog wel een heel bedrag in die tijd. Het beroep speelde op 28 november 1986, een zitting van de Commissie ex art.14 Wet AROB van de gemeente Amsterdam. En wij kregen ons gelijk! Op 5 december 1986 kon de vlag uit: het verzoek om schorsing van de bouwvergunning werd opgeheven. De verbouwingen konden beginnen, hypotheken konden worden afgesloten koopaktes konden worden getekend. Op naar 33 casco’s waar eenieder volgens zijn eigen wensen het appartement kon invullen.

De sloop
En haast was nu wel geboden. De krakers van de Groote Keijser waren eind 1986 vertrokken, maar nu stond het pand leeg, tenminste, …. leeg? Nu bleek de Poort bevolkt door zwervers die hier een welkom onderdak vonden tegen de kou. Het was een koude winter. Er werden zelfs binnenshuis vuurtjes gestookt om zich te verwarmen, en het zou ons toch niet overkomen dat na die jarenlange ellende het pand aan het einde van de rit zou afbranden. Dus, meteen de slopers erin, die voor zover er nog enige leefbaarheid in het pand aanwezig was, dit vakkundig verwijderden. Brand werd voorkomen, de zwervers werden verjaagd.
De lente kwam, de zomer ging en gaandeweg tekende in 1987 de verschillende appartementen zich in al hun uniciteit en schoonheid af. Iedereen hield zijn eigen toekomstige woning nauw in de gaten, dat er werd voldaan aan alle wensen. Meerwerk, minderwerk, een indrukwekkende organisatie was het zeker.

De oplevering
De eerste appartementen, aan de Anna Spenglerstraat, werden opgeleverd in december 1987. In februari 1988 en de maanden daarop volgden de rest. Het was een prachtig pand geworden.
Die zomer van 1988 bleek bijna de gehele benedenverdieping zwanger. Velen hadden ook zo lang moeten wachten op geschikte woonruimte, waar ook het nageslacht inpaste. Dus toen die kans zich eindelijk aanbood wachtten velen niet langer.

Inmiddels wonen we hier dus dit jaar 32 jaar, doorstroming is er wel, maar naar schatting zo’n 60% van de oorspronkelijke bewoners woont er nog steeds. Ook de tweede generatie heeft het pand alweer verlaten, enkelen van hen hebben hier zelfs zelf een woning kunnen bemachtigen.

Augustus 2020
Pieter van Broekhuizen
Poortgebouw
Amsterdam

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis (historische feiten, foto's, verhalen en anecdotes) | Leave a comment

Het Pesthuys

Ingezonden door Birgit:

Het Pesthuys, 1660. In 1635 werd een tweede gasthuis geopend voor Amsterdammers die leden aan de pest. Het gebouw werd omringd door een gracht en de gracht liep ook door het binnenterrein, zodat de zieken per schuit aangevoerd konden worden. Het gebouw bevond zich op het huidige WG terein nabij het Vondelpark, destijds ver buiten de stad.

In de zeventiende eeuw werd Amsterdam een aantal keren getroffen door de pest. In de laatste zware epidemie (1664) vielen er 24.148 doden, 10% van de totale bevolking. Het aantal wezen steeg enorm waardoor er vanaf 1657 een aantal weeshuizen werden geopend (oa Burgerweeshuis). In 1668 was de pest uitgewoed en kwam niet meer voor. Rond 1930 is het gebouw gesloopt.

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis (historische feiten, foto's, verhalen en anecdotes) | Leave a comment

De transformatie van het WG terrein, deel I

Cité Medicale, Christiania of ‘tweedehands planologie’

In de gesprekken die ik in de afgelopen maanden met Poortgebouwbewoners voerde kwamen regelmatig ‘Buitenpoorters’ voorbij die een belangrijke rol hebben gespeeld in de strijd om het WG terrein. Ted had pittige gesprekken met wethouders en ambtenaren, Margreet, Bart en Pieter werkten samen met het Bouwfonds, Hans ging aan de slag met het wijkopbouworgaan, Mechtild had veel contacten in de buurt en Annette begaf zich tussen de krakers. Een bont gezelschap van ambtenaren, activisten, buurtbewoners met uiteenlopende meningen over de toekomst van het WG terrein en het Poortgebouw was daar een deel van.

De diverse groeperingen hadden verschillende kanalen om hun ideeën kenbaar te maken. In de buurt werden kranten, folders en affiches op schrijfmachines getypt, in elkaar geplakt en vervolgens gestencild of gedrukt. Tegelijkertijd werden in het gemeentehuis vele nota’s en verslagen geproduceerd die langs ambtenaren en commissies naar  B&W werden geleid om uiteindelijk in raadsbesluiten te worden vastgelegd. Alle partijen hebben van alles en nog wat op papier gezet, maar niet alles is gearchiveerd. Veel is inmiddels in de kieren van de tijd verdwenen of wordt in dozen op zolders bewaard. Het bestuurlijke traject is goed gearchiveerd en met het nodige geduld kun je het spoor van de besluitvorming rond het WG terrein en het Poortgebouw terug volgen in het Stadsarchief. Om de niet-ambtelijke documenten te vinden vergt flink wat doorzettingsvermogen. Praten met betrokkenen van verschillende pluimage helpt ook en vaak komen er dan al pratend pamfletten, aantekeningen en schetsjes op tafel.

Om te beginnen heb ik met twee projectleiders van de gemeente gesproken: Kees van Ruyven van 1981 tot 1985 leider van de Ambtelijke Werkgroep WG Terrein en zijn opvolger, Robert Dijckmeester, die tot 1990 die functie bekleedde.

Het Wilhelmina Gasthuisterrein is één van de vele voorbeelden van het herbestemmen en herinrichten van leegkomende gebouwencomplexen in Amsterdam. Deze vorm van ‘tweedehands planologie’ levert een substantiële bijdrage aan het realiseren van de filosofie van de compacte stad. Toch is de politieke, bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor deze planologische activiteit niet in overeenstemming met het belang daarvan. Want meer dan alléén voor woningbouw bieden dit soort terreinen ruimte voor tal van functies die voor de hele stad van belang zijn. Stadsvernieuwing en aanvullende woningbouw lijken meer op de voorgrond te staan. De praktijk wordt dan ook vaak gekenmerkt door een ad hoc aanpak van herbestemmingen, een aanpak waar het ambtelijke beheermanagement nog moeilijk raad mee weet.

Dit schrijft Van Ruyven aan het einde van zijn projectleiderschap in een publicatie van de Dienst Ruimtelijke Ordening met de titel Een ziekenhuis om in te wonen, te werken en te studeren. Hij zet helder uiteen wat de stand van zaken is en geeft het stokje over aan Dijckmeester, die opdracht krijgt om het plan, dat in 1984 door de werkgroep is opgesteld, uit te voeren. Dat valt in de praktijk nog niet mee want het plan bestaat uit deelprojecten die stuk voor stuk nog niet zijn uitgekristalliseerd en waarover betrokken partijen het niet eens zijn. Ondertussen dringt de tijd want de ziekenhuisgebouwen zijn een jaar eerder verlaten en door leegstand verkommert het complex. Krakers staan in de startblokken, gas, elektriciteit, water zijn afgesloten, delen van de interieurs zijn uit paviljoens gesloopt en verhandeld of opgestookt. Sommige bestuurders vrezen voor een Amsterdams Christiania. Zij zien niets in de navolging van het sociale experiment dat zich in de jaren zeventig in Kopenhagen heeft ontwikkeld. Anderen zullen het wellicht als een lonkend perspectief hebben beschouwd, een transformatie van het voormalige omheinde ziekenhuisterrein naar een groene vrijplaats middenin Amsterdam. Zo ver is het niet gekomen maar de open structuur van de paviljoens, de vele volgroeide bomen, het ontbreken van autoverkeer, vormen wel het uitgangspunt voor de transformatie van het WG terrein. Met behulp van herbestemming, wat Van Ruyven ‘tweedehands planologie’ noemt, zal het gebied met de eeuwenoude medische geschiedenis nieuwe functies en een nieuw gezicht krijgen.

Dat betekent een veel verdergaande verandering dan wat in de plannen van Rijk, Provincie en stad tot dan toe is verkondigd. De overheid heeft de plannen voor een modern academisch ziekenhuis, een Cité Medicale, lange tijd op het WG terrein geprojecteerd. Het ontwerp van stadsbouwmeester Van Leupen toont hoe men daar in de naoorlogse jaren over dacht. Zijn tekeningen en maquette maken het voorstelbaar dat waar wij nu wonen een gebouwencomplex had kunnen verrijzen dat qua uiterlijk te vergelijken is met het AMC.

De plannen voor een modern academisch ziekenhuis zijn uiteindelijk  niet in Oud West maar in Zuid Oost gerealiseerd. Alleen het Jan Swammerdam Instituut aan de Eerste Constantijn Huygensstraat is tussen 1961 en 1964 gebouwd. De voortschrijdende woningnood, de wijzigingen in het stadsvernieuwingsbeleid plus de veranderende opvattingen over ziekenhuisbouw leiden echter tot de conclusie dat het WG terrein en de Kinkerbuurt niet geschikt zijn voor een groot ziekenhuiscomplex. Halverwege de jaren zestig start de bouw van het AMC. Als functie voor het vrijkomende terrein in West wordt in het bestemmingsplan van 1973 alleen gezondheidszorg genoemd, maar het duurt lang voordat er serieuze plannen worden gemaakt. Pas in 1980 wordt de eerste ambtelijke werkgroep benoemd door de wethouder van Volksgezondheid, Tineke van Klinkenberg. (Op de foto hieronder is Van Klinkenberg afgebeeld naast burgemeester Van Thijn, op de foto daaronder Jan Schaefer.)

010003043292, 11-11-2005, 09:17, 8C, 5018×3396 (572+2264), 100%, AMS_nogietszac, 1/120 s, R41.6, G21.9, B26.1


  

Terrein en gebouwen worden onderzocht op geschiktheid voor gezondheidszorgfuncties, maar er wordt ook geïnventariseerd wat eventuele mogelijkheden zijn voor wonen en buurtvoorzieningen. Een tweede ambtelijke werkgroep, dit keer onder leiding van de Dienst Ruimtelijke Ordening, schrijft een nota van uitgangspunten en die wordt eind 1982 door de raad vastgesteld. Jan Schaefer is dan de verantwoordelijke wethouder, een verschuiving van volksgezondheid richting volkshuisvesting tekent zich af. Voorjaar 1984 begint een op uitvoering en beheer gerichte fase onder leiding van het Grondbedrijf en er wordt geld uit het stadsvernieuwingsfonds gereserveerd.

Ondertussen speelt ook de kwestie van de eigendomsoverdracht, door Van Ruyven een slopende kwestie genoemd. De gemeente heeft het complex in 1973 voor 2,9 miljoen gulden aan de UVA afgestoten, dat wil zeggen aan het ministerie van O&W. Nog geen tien jaar later worden het terrein en de gebouwen getaxeerd op 82 miljoen, een onbetaalbare prijs voor de gemeente die een bod doet van 13 miljoen gulden. Dit leidt tot een patstelling in het overleg tussen de gemeente en het ministerie en er wordt besloten de knoop te laten doorhakken door een externe deskundige. Met de hakken over de sloot gaan de partijen eind 1983 partijen akkoord met de door de externe deskundige geadviseerde verwervingsprijs van 15 miljoen gulden, dat is ongeveer op het moment dat de laatste verhuiswagens van west naar zuidoost rijden. De gemeente wordt verantwoordelijk voor de toekomst van het terrein, maar ook voor het praktische beheer en dat is geen geringe taak gezien de ravage die is ontstaan tijdens en na de verhuizing van het ziekenhuis.

Van Ruyven maakt met de werkgroep in 1984 concrete plannen. Stadsvernieuwing en woningbouw worden belangrijker en buurtbewoners raken steeds meer betrokken. Dat maakt het proces ingewikkelder maar het is ook een creatieve uitdaging. De verschillende – soms zeer ludieke – ideeën over herbestemming zijn onderwerp van veel discussies tussen de verschillende partijen en  het ambtelijke apparaat weet er moeilijk raad mee. Een tot de verbeelding sprekend voorbeeld is het Ketelhuis, de energiecentrale van het voormalige ziekenhuis, een markant gebouw maar inmiddels buiten functie. Vanuit het Wijkopbouworgaan wordt geopperd dat je er een zwembad in kan huisvesten. Wat had ik daar graag gezwommen … maar helaas mag het niet zo zijn, in 1985 wordt het Ketelhuis gesloopt om ruimte te maken voor woningen en een voorziening ten behoeve van de geestelijke gezondheidszorg. Het beeld van de vallende toren siert het omslag van het uitvoeringsplan van de Ambtelijke Werkgroep, waarover later meer.

Volgende keer vervolg ik het verhaal over de transformatie van het WG terrein op basis van de gesprekken met Kees van Ruyven en Robert Dijckmeester.

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis (historische feiten, foto's, verhalen en anecdotes) | Leave a comment

Wilde Mina’s

Vanaf het eerste uur tot op de dag van vandaag is Mechtild een hartstochtelijk pleitbezorger van het Poortgebouw. Vele notities en talloze notulen zijn uit haar pen gevloeid, in officiële vergaderingen en achter de schermen bracht ze partijen bij elkaar en ze was de aangewezen persoon om als eerste de functie van voorzitter van de Woonvereniging te bekleden. Annette komt later bij de groep, zij en Gerrit Jan worden lid en hopen zo een huurwoning te bemachtigen in het Poortgebouw. Ze zijn betrokken bij het toekomstbestendig maken van de Woonvereniging. Met Annette en Mechtild praat ik over de beginjaren van Woonvereniging Willemina.

Zoals notarieel vastgelegd is het doel van de Woonvereniging het creëren van een ‘sociaal woongebouw’. Met dat voor ogen gaan de leden begin jaren tachtig in Amsterdam op zoek naar een pand dat verbouwd kan worden tot afzonderlijke wooneenheden en een aantal gemeenschappelijke ruimten. De vereniging zal eigenaar worden van het gebouw en zo kunnen de leden een woning huren of kopen. Gezamenlijk betalen ze het onderhoud en de verzekering van de opstal. In de gemeenschappelijke ruimten worden voorzieningen getroffen waar alle bewoners gebruik van kunnen maken, zoals bijvoorbeeld een crèche voor de kinderen. De combinatie van huur- en koopwoningen is een belangrijk uitgangspunt voor de initiatiefnemers. Bovendien sluit dat aan bij de wensen van de buurt, waar grote behoefte is aan sociale huurwoningen. Om die reden wordt gekozen voor de juridische vorm van een coöperatieve vereniging en dat wordt vastgelegd in de oprichtingsakte die begin 1984 wordt ondertekend. Zo wordt het mogelijk om huurders met een kleine beurs en kopers, die over ruimere middelen beschikken, te verenigen.  

Tussen het passeren van de oprichtingsakte en het notarieel vastleggen van de definitieve afspraken verloopt de nodige tijd, want het heeft nogal wat voeten in aarde om alle betrokken partijen op één lijn te krijgen. Gemeente, provincie, het rijk en de directie van het ziekenhuis moeten het eens worden over de prijs, de overdracht en de bestemming van de gebouwen en het terrein. De buurtbewoners laten ook flink van zich horen evenals de krakers die begin jaren tachtig overal in de stad geducht strijd leveren om betaalbare woningen te bemachtigen.

Mechtild manoeuvreert tussen al deze partijen door, je zou haar kunnen betitelen als Wilde Mina. Strijdbaar en onvermoeibaar onderhoudt ze goede banden met de buurtbewoners, met de ambtelijke werkgroep WG terrein en met het Bouwfonds. Deze projectontwikkelaar van goedkope koopwoningen heeft in opdracht van de gemeente onderzocht of het Poortgebouw geschikt te maken is voor bewoning. Waar het Bouwfonds 50 woningen van circa 70 m2 voor zich ziet, streven de initiatiefnemers naar 33 wooneenheden met een minimale omvang van 70 en maximaal 180 m2. Waar het Bouwfonds mikt op een- en tweepersoons huishoudens en uniformiteit, streeft de vereniging ook naar woningen voor gezinnen en variatie. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan de relatie met de buurt. De bewoners hebben zich georganiseerd omdat zij de nieuwe bestemming van het WG terrein mee willen bepalen en dus ook de bestemming van het toonaangevende Poortgebouw. Door de helft van de woningen open te stellen voor de buurt neemt de sympathie voor het verenigingsinitiatief toe.

Het lukt uiteindelijk om het plan van de aankomende bewoners te realiseren maar niet zonder enkele veren te laten. De financiering blijkt het grootste struikelblok want aan wie gaat de gemeente het gebouw verkopen en hoe kan er een garantie worden gegeven voor deze pittige financiële transactie. Dat is de situatie halverwege de jaren tachtig.

Annette wordt omstreeks die tijd door Hans en Irene attent gemaakt op de plannen voor het Poortgebouw. Zij en Gerrit Jan zijn studenten en wonen in Oud West, het enthousiasme is groot maar de middelen zijn beperkt. Huren is hun eerste optie en dus worden ze lid van de Coöperatieve Vereniging Willemina in de hoop een woning te verwerven in het Poortgebouw. In dezelfde periode wordt duidelijk dat de verbouwingskosten hoger uitvallen dan geraamd. Omdat de prijzen van de huurwoningen onder de huursubsidiegrens moeten blijven, nemen de koopprijzen extra toe. Het moeilijke besluit wordt genomen: het worden alleen koopwoningen. Annette en Gerrit Jan nemen het risico en melden zich aan als potentiele kopers. Ze bepleiten dat de juridische constructie wordt gewijzigd want het lijkt er op dat de financiële risico’s onvoldoende afgedekt kunnen worden. Een nieuw traject wordt gestart om alle juridische obstakels uit de weg te ruimen zodat de kandidaat bewoners kunnen kopen. Dat leidt tot de oprichting van verschillende verenigingen.

Na de oplevering van het Poortgebouw neemt Hans de Vries de voorzittershamer van Mechtild over. Hij bekleedt die functie tot 2000 als Anette het stokje van hem overneemt. In een van de volgende blogs ga ik zeker met Hans praten en hoop dat hij mij dan alles uitlegt over de verschillende verenigingen.

Mechtild en Annette zijn beiden actief gebleven om het welslagen van het Poortgebouw te verduurzamen. Een duidelijk voorbeeld is het energietransitie-project dat momenteel  de gemoederen flink bezig houdt. De Wilde Mina’s, strijdvaardig als altijd, zetten zich in om het WG terrein inclusief het Poortgebouw aardgasvrij te maken. Ze doen dit met een hele groep en – om misverstanden te voorkomen – de eretitel is genderneutraal, alle mannelijke en LHBTI collega-activisten kunnen zich Wilde Mina noemen.

Volgende keer zullen Kees van Ruyven en Robert Dijckmeester vertellen over de ambtelijke werkgroep WG terrein waar zij tussen 1980 en 1990 projectleider van waren.

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis (historische feiten, foto's, verhalen en anecdotes) | Leave a comment

Bambam restaureert met liefde het Poortgebouw

Bart schreef een artikel in het jubileum magazine van Bambam, de restaurateur van onze natuurstenen ornamenten

Klik hier om het hele artikel te zien

Posted in Alle berichten, Burenberichten | Leave a comment