Wilde Mina’s

Vanaf het eerste uur tot op de dag van vandaag is Mechtild een hartstochtelijk pleitbezorger van het Poortgebouw. Vele notities en talloze notulen zijn uit haar pen gevloeid, in officiële vergaderingen en achter de schermen bracht ze partijen bij elkaar en ze was de aangewezen persoon om als eerste de functie van voorzitter van de Woonvereniging te bekleden. Annette komt later bij de groep, zij en Gerrit Jan worden lid en hopen zo een huurwoning te bemachtigen in het Poortgebouw. Ze zijn betrokken bij het toekomstbestendig maken van de Woonvereniging. Met Annette en Mechtild praat ik over de beginjaren van Woonvereniging Willemina.

Zoals notarieel vastgelegd is het doel van de Woonvereniging het creëren van een ‘sociaal woongebouw’. Met dat voor ogen gaan de leden begin jaren tachtig in Amsterdam op zoek naar een pand dat verbouwd kan worden tot afzonderlijke wooneenheden en een aantal gemeenschappelijke ruimten. De vereniging zal eigenaar worden van het gebouw en zo kunnen de leden een woning huren of kopen. Gezamenlijk betalen ze het onderhoud en de verzekering van de opstal. In de gemeenschappelijke ruimten worden voorzieningen getroffen waar alle bewoners gebruik van kunnen maken, zoals bijvoorbeeld een crèche voor de kinderen. De combinatie van huur- en koopwoningen is een belangrijk uitgangspunt voor de initiatiefnemers. Bovendien sluit dat aan bij de wensen van de buurt, waar grote behoefte is aan sociale huurwoningen. Om die reden wordt gekozen voor de juridische vorm van een coöperatieve vereniging en dat wordt vastgelegd in de oprichtingsakte die begin 1984 wordt ondertekend. Zo wordt het mogelijk om huurders met een kleine beurs en kopers, die over ruimere middelen beschikken, te verenigen.  

Tussen het passeren van de oprichtingsakte en het notarieel vastleggen van de definitieve afspraken verloopt de nodige tijd, want het heeft nogal wat voeten in aarde om alle betrokken partijen op één lijn te krijgen. Gemeente, provincie, het rijk en de directie van het ziekenhuis moeten het eens worden over de prijs, de overdracht en de bestemming van de gebouwen en het terrein. De buurtbewoners laten ook flink van zich horen evenals de krakers die begin jaren tachtig overal in de stad geducht strijd leveren om betaalbare woningen te bemachtigen.

Mechtild manoeuvreert tussen al deze partijen door, je zou haar kunnen betitelen als Wilde Mina. Strijdbaar en onvermoeibaar onderhoudt ze goede banden met de buurtbewoners, met de ambtelijke werkgroep WG terrein en met het Bouwfonds. Deze projectontwikkelaar van goedkope koopwoningen heeft in opdracht van de gemeente onderzocht of het Poortgebouw geschikt te maken is voor bewoning. Waar het Bouwfonds 50 woningen van circa 70 m2 voor zich ziet, streven de initiatiefnemers naar 33 wooneenheden met een minimale omvang van 70 en maximaal 180 m2. Waar het Bouwfonds mikt op een- en tweepersoons huishoudens en uniformiteit, streeft de vereniging ook naar woningen voor gezinnen en variatie. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan de relatie met de buurt. De bewoners hebben zich georganiseerd omdat zij de nieuwe bestemming van het WG terrein mee willen bepalen en dus ook de bestemming van het toonaangevende Poortgebouw. Door de helft van de woningen open te stellen voor de buurt neemt de sympathie voor het verenigingsinitiatief toe.

Het lukt uiteindelijk om het plan van de aankomende bewoners te realiseren maar niet zonder enkele veren te laten. De financiering blijkt het grootste struikelblok want aan wie gaat de gemeente het gebouw verkopen en hoe kan er een garantie worden gegeven voor deze pittige financiële transactie. Dat is de situatie halverwege de jaren tachtig.

Annette wordt omstreeks die tijd door Hans en Irene attent gemaakt op de plannen voor het Poortgebouw. Zij en Gerrit Jan zijn studenten en wonen in Oud West, het enthousiasme is groot maar de middelen zijn beperkt. Huren is hun eerste optie en dus worden ze lid van de Coöperatieve Vereniging Willemina in de hoop een woning te verwerven in het Poortgebouw. In dezelfde periode wordt duidelijk dat de verbouwingskosten hoger uitvallen dan geraamd. Omdat de prijzen van de huurwoningen onder de huursubsidiegrens moeten blijven, nemen de koopprijzen extra toe. Het moeilijke besluit wordt genomen: het worden alleen koopwoningen. Annette en Gerrit Jan nemen het risico en melden zich aan als potentiele kopers. Ze bepleiten dat de juridische constructie wordt gewijzigd want het lijkt er op dat de financiële risico’s onvoldoende afgedekt kunnen worden. Een nieuw traject wordt gestart om alle juridische obstakels uit de weg te ruimen zodat de kandidaat bewoners kunnen kopen. Dat leidt tot de oprichting van verschillende verenigingen.

Na de oplevering van het Poortgebouw neemt Hans de Vries de voorzittershamer van Mechtild over. Hij bekleedt die functie tot 2000 als Anette het stokje van hem overneemt. In een van de volgende blogs ga ik zeker met Hans praten en hoop dat hij mij dan alles uitlegt over de verschillende verenigingen.

Mechtild en Annette zijn beiden actief gebleven om het welslagen van het Poortgebouw te verduurzamen. Een duidelijk voorbeeld is het energietransitie-project dat momenteel  de gemoederen flink bezig houdt. De Wilde Mina’s, strijdvaardig als altijd, zetten zich in om het WG terrein inclusief het Poortgebouw aardgasvrij te maken. Ze doen dit met een hele groep en – om misverstanden te voorkomen – de eretitel is genderneutraal, alle mannelijke en LHBTI collega-activisten kunnen zich Wilde Mina noemen.

Volgende keer zullen Kees van Ruyven en Robert Dijckmeester vertellen over de ambtelijke werkgroep WG terrein waar zij tussen 1980 en 1990 projectleider van waren.

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis | Leave a comment

Bambam restaureert met liefde het Poortgebouw

Bart schreef een artikel in het jubileum magazine van Bambam, de restaurateur van onze natuurstenen ornamenten

Klik hier om het hele artikel te zien

Posted in Alle berichten, Burenberichten | Leave a comment

De strijd om het WG terrein

De scriptie, die Hans Dijkema in 1981 heeft geschreven aan het einde van zijn studie andragologie, krijg ik te lezen als voorbereiding op ons gesprek. Twee delen in ringband, alles bij elkaar 150 pagina’s typoscript en er is – gelukkig voor mij – ook een samenvatting. De strijd om het WG terrein is klaarblijkelijk een ingewikkeld proces geweest, veel partijen gingen in wisselende samenstellingen met elkaar in de clinch, soms vliegen de vonken er af en dan wordt er weer gepolderd. Alle reden om – voorzien van een vragenlijst – met de auteur in gesprek te gaan om te horen hoe het er omstreeks 1980 aan toe ging, op de universiteit, in de Amsterdamse ziekenhuiszorg, bij de gemeente en in de buurt.

Tussen 1971 en 1974 studeert Hans medicijnen aan de VU in 1974. Met medestudenten organiseert hij werkgroepen over sociale onderwerpen. Ze lezen boeken over samenlevingsopbouw en ze betrekken het Werktheater bij een project wat resulteert in een optreden van de opzienbarende Amsterdamse theatergroep in de VU. In zijn vriendenkring maakt Hans kennis met studenten andragologie. De boeken, die hij uit belangstelling voor de relatie tussen maatschappij en (geestelijke) gezondheidszorg naast zijn studie medicijnen leest, zijn bij andragologie voorgeschreven lesstof. Dat zet hem aan tot een switch naar deze studie.

Wat hij daar leert, wil hij in praktijk brengen en reist daarom in 1978 af naar Zuid Amerika. Eenmaal daar komt hij er achter dat hij met zijn theoretische kennis in de praktijk weinig kan bijdragen aan de noodzakelijke veranderingen. Thuis in Amsterdam besluit hij om zijn kennis in zijn eigen buurt in praktijk om te zetten. Oud West staat er in die tijd niet florissant voor: dicht bevolkt door huishoudens met lage inkomens, afnemende bedrijvigheid, achterstallig onderhoud en weinig sociale voorzieningen. De betrokken partijen hebben uiteenlopende belangen, maar burgers laten zich niet aan de kant schuiven zoals ook elders in de stad blijkt waar buurtbewoners en bestuurders regelmatig tegenover elkaar staan met de krakers in de voorhoede en de politie als gezagsdragers aan de andere kant. De ontruiming van het gekraakte pand op de hoek van de Vondelstraat voltrekt zich in 1980 op een ‘steenworp’ afstand van het WG.

Hans is in dat jaar bestuurslid  bij het Wijkopbouworgaan Oud West en wordt dat daarna ook van het Dirk van Nimwegen Centrum in de Borgerstraat. Zijn studie en vanaf 1980 zijn professionele loopbaan (eerst in Alkmaar en dan in Zaandam) zijn verweven met zijn buurtactiviteiten. Het is dan al lang bekend dat het Wilhelmina Gasthuis uit west gaat vertrekken en dat veroorzaakt de nodige onrust in de buurt. Zullen de gezondheidsvoorzieningen wel voldoende blijven als het ziekenhuis naar Amsterdam Zuid Oost verhuist? Waar zal de dichtstbijzijnde Eerste Hulp-post komen? En wat gaat er met het ziekenhuisterrein gebeuren? Als de hekken verdwijnen en de paviljoens leeg komen dan biedt dat ook nieuwe kansen, maar wie gaan daar over beslissen?

Studiemateriaal genoeg! Het wordt in 1981 het onderwerp van zijn afstudeerscriptie getiteld De strijd om het WG terrein begint… Hans beschrijft het strijdtoneel, de partijen en hun belangen, de doelen en de tactieken. Hij plaatst het Wilhelmina Gasthuis in de context van de naoorlogse gezondheidszorg in Amsterdam. Verschillende kleine ziekenhuizen verspreid over de stad, dat wil zeggen dat de Amsterdammers nooit ver verwijderd zijn van  een ziekenhuis maar het leidt ook tot zogenaamde ‘overbedding’. De relatief hoge kosten van lege bedden zijn voor de overheid reden om een fikse ziekenhuissanering in te zetten en een groot deel van de zorg bijeen te brengen in het Academisch Medisch Centrum aan de rand van de stad. Omstreeks 1980 is de vraag of er in het centrum ruimte moet blijven voor een ziekenhuis en of het WG terrein daar de aangewezen plek voor is. Het terrein, dat ruim 10 hectare bestrijkt en dat in de beleving van de buurtbewoners zo lang als zij zich kunnen heugen een afgesloten gebied is geweest, biedt natuurlijk ook mogelijkheden voor allerlei andere functies. Woningen, bedrijfsruimten, ateliers, kinderopvang, een gezondheidscentrum en een sportschool staan op de wensenlijst.

Het ministerie van volksgezondheid, de universiteit, de provincie, de gemeente en de buurtbewoners hebben verschillende ideeën en financieel is het ingewikkeld. Op een of andere manier moeten de partijen bij elkaar komen om gezamenlijk een toekomstvisie te ontwikkelen over wonen, werken en medische voorzieningen in de buurt. Makkelijker gezegd dan gedaan, termen als advies-(malle) molen, getouwtrek op gemeentelijk niveau en het pettensyndroom geven aan dat de besluitvorming  bij tijd en wijle een onontwarbare kluwen lijkt te zijn. Een van de conclusies die Hans trekt is dat er een Wijkwelzijnsplan moet komen en hij ziet voor het Wijkopbouworgaan Oudwest  een taak weggelegd.

In die jaren woont Hans op verschillende adressen – met uitzondering van Uilenstede – in Amsterdam Oud-West. Sinds 1983 woont hij samen met Irene aan de Brederodestraat 5. Hun zoon Iwert wordt daar geboren, maar de jonge ouders gaan op zoek naar een andere, alternatieve woonvorm. Zij komen in contact met onder anderen Luit Tabak en Eberhard van der Laan die betrokken zijn bij  een collectief woonproject in de Hasebroekstraat. Ook leren ze Margreet kennen die dan bezig is met een project op Prinseneiland. Uiteindelijk is Margreet degene die Hans en Irene bij de Poortgebouwgroep introduceert. Een andere grappige link is Annette, die in die tijd op Iwert past; zij en Gerrit Jan worden langs die weg betrokken bij de WG plannen.

Terwijl de Poortgebouwplannen worden ontwikkeld ontrollen zich verschillende scenario’s voor het WG terrein. Er moet ook over voorlopige bestemmingen worden nagedacht, want de tijd dringt, er is lang nagedacht en overlegd over de verhuizing van het ziekenhuis maar beslissingen over de toekomstige bestemming van het terrein zijn lang in de lucht blijven hangen. Te elfder ure slaan bewoners en welzijnswerkers de handen ineen en de gemeente komt ook in beweging. Er komt een Wijkwelzijnsplan en Hans draagt zijn steentje bij. Namens het wijkbestuur neemt hij deel aan allerlei ambtelijke projectteams en overleggroepen waarin plannen voor de herbestemming van het WG-terrein worden uitgewerkt. Belangrijkste uitgangspunt is dat er naast woon- en bedrijfsruimte voorzieningen voor welzijn en gezondheidszorg gecreëerd moeten worden, specifiek gaat het om een Eerste Hart Hulppost, voorzieningen voor Geestelijke Gezondheidszorg en een huisartsenpost.

De plannen van toen zijn voor een groot deel gerealiseerd, met uitzondering van de Eerste Hart-Hulp. In de loop van de tijd zijn wijzigingen doorgevoerd maar in de structuur van het terrein zijn de functies die men voor ogen had ondergebracht in de oude paviljoens en in nieuwe gebouwen. 

Volgende keer praat ik met Annette en Mechtild over het ontstaan van de woonvereniging(en).

Posted in Alle berichten, WGeschiedenis | Leave a comment

Foto’s van de buurt

Hi Allen,


Ik Ben op Facebook lid van de Groep Amsterdam Nostalgisch en daar komen de onderstaande foto’s vandaan. Gewoon leuk om te volgen (vind ik dan).


Groetjes,

Birgit 

Klik hier voor de foto’s

Posted in Alle berichten, Fotoreportage, WGeschiedenis | Leave a comment

Van Wilhelmina naar Willemina


Samen met Pieter Jonkergouw bestudeer ik het gevelaanzicht dat halverwege de jaren tachtig is getekend. Het is een schematische tekening van de verkaveling van het poortgebouw. Met wat puzzelen lukt het mij om de huisnummers, die in een later stadium door de gemeente zijn toegekend, toe te voegen. In de loop van de tijd is er aardig wat veranderd in de woningen, maar nu – in 2019 – wordt voor het eerst een officiële wijziging aangebracht in de verkaveling. Het kavel met bouwnummer 23, de woning van Kees en Koos, zal worden gesplitst en zo zullen Helmersplantsoen 8a en 8b ontstaan.

Pieter kent Ted en Tineke vanuit de tijd dat ze alle drie in Eindhoven studeerden. In 1984 wordt het contact hernieuwd en treedt Pieter toe tot de bouwgroep, waar Ted, Bart en Margreet al deel van uitmaken. Hij en Marion wonen dan in de Sluisstraat, in een huis dat ze in 1985 verkopen om – in afwachting van de verhuizing naar het Poortgebouw – een ‘wisselwoning’ te betrekken op het Waterlandplein in Amsterdam Noord.

Voor het Poortgebouw worden vanuit het ledenbestand van de woonvereniging ruim dertig huishoudens geselecteerd, de helft is woonachtig in de buurt. De selectiecriteria zijn: volgorde van aanmelding, het lidmaatschapsgeld van de woonvereniging moet betaald zijn en aanwezigheid bij de vergaderingen. Op basis van de kandidatenlijst en het verkavelingsplan, dat door Bart en Margreet is getekend, wordt in oktober 1985 een eerste verdeling van de woningen gemaakt. Het streven is om iedereen een woning te geven die zo veel mogelijk voldoet aan hun wensen.


Pieter is een van de weinigen die foto’s heeft gemaakt in 1986-1987, de periode waarin het Poortgebouw een nieuwe vorm krijgt. Zijn foto’s illustreren deze blog.

Samen met Bart en Margreet voert Pieter gesprekken met de toekomstige bewoners, ongeveer drie gesprekken per huishouden. De basisverkaveling telt 33 appartementen, de kleinste is 61 m2, de grootste 166 m2. Afgezien van het Gezondheidscentrum zijn de oost- en westvleugel grotendeels spiegelbeeldig, het middendeel telt dertien verschillende woningen. De uitgangspunten worden in het casco uitgetekend: elke woning heeft een buitenruimte en is voorzien van volwaardige installaties. Water, gas en elektriciteit worden per woning aangesloten evenals een CV ketel en radiatoren. Keukens maken geen deel uit van het ontwerp, sanitaire voorzieningen wel. Binnen het casco hebben de bewoners een grote vrijheid om de woningen naar eigen behoefte in te delen.

Tegelijkertijd moet natuurlijk goed opgelet worden dat de verbouwingsplannen financieel haalbaar blijven. De kosten van de aankoop van het gebouw, de cascoverbouwing, de afkoop van de erfpacht en de voorbereidingskosten moeten verdeeld worden over de woningen. Met dat doel ontwikkelen Ted en Pieter een puntensysteem dat is gestoeld op: a. de oppervlakte van de woning, b. de mogelijkheden om een of meer tussenvloeren te maken, c. de ligging van de woning (bereikbaarheid, uitzicht en bezonning), d. de hoeveelheid en kwaliteit van de buitenruimte. Het ‘woningwaarderingssysteem’, dat door het ministerie van VROM (versie 1-7-1986) wordt gehanteerd, dient als richtlijn voor het puntensysteem van Woonvereniging Willemina.

De samenwerking met het Bouwfonds verloopt ondertussen niet soepel, de tekeningen die het fonds aanlevert kunnen de toets van de kritiek niet doorstaan en de bouwgroep voorziet problemen. Er wordt besloten om architect Johan Nust te vragen voor het tekenwerk. Hij is in de jaren tachtig betrokken bij verschillende alternatieve woonprojecten in Amsterdam en met zijn ervaring zal hij een belangrijke rol vervullen in het PW, zoals hij Poortgebouw Willemina bestempelt. De tekeningen van aanzichten en plattegronden maakt hij op de computer wat in die tijd nog helemaal niet gebruikelijk is in de architectenwereld. De plattegronden, die hij in 1987 van alle afzonderlijke appartementen tekent, zijn nog steeds een handig hulpmiddel voor ons allemaal.

Tot 1986 gebruikt de gemeente het leegstaande poortgebouw om krakers, die elders in de stad uit panden zijn gezet, tijdelijk te huisvesten. Dat maakt het ontwerpproces niet makkelijker, want de leden van de bouwgroep en Johan Nust hebben zodoende geen vrije toegang tot het pand. Maar dan start in januari 1986 de ontruiming en de gemeente geeft opdracht aan de firma Holvast voor de sloop van het interieur. Kort daarna wordt het gebouw in de steigers gezet en kan de bouw beginnen. In het Poortgebouw lijkt het dan een grote ravage: stevig hak- en breekwerk, dikke nieuwe stalen balken, heel veel kozijnen en verrassende tussenvloeren. In maart 1986 is de eerste rondgang van de toekomstige bewoners door het pand, ze moeten dan wel heel goed kunnen kijken om Willemina door het puin en stof tevoorschijn te zien komen.

De bouwgroep opereert tussen verschillende vuren en moet meer dan eens melding maken van onvoorziene kosten. Overigens is dat niet zo vreemd, de woningen zijn immers op maat ontworpen en vallen dus duurder uit dan de gangbare sociale woningbouwprojecten. Er moeten heel wat hobbels genomen worden om het Poortgebouw nieuw leven in te blazen: veel vergaderen, ingewikkelde rekensommen, pittige meningsverschillen en soms is arbitrage nodig bij geschillen. Bij vlagen is dat frustrerend maar het uiteindelijke resultaat is meer dan mooi. Als ik naar de foto’s kijk dan is het voor mij – sinds 2008 gelukkige bewoner van het Poortgebouw – bijna onbegrijpelijk dat in betrekkelijk korte tijd het gebouw zo’n metamorfose heeft ondergaan.

De plattegronden die Johan Nust in 1987 heeft getekend en de foto’s die Pieter heeft gemaakt, staan op onze website: http://www.wgpoortgebouw.nl/Plattegronden_Poortgebouw_appartementen.pdf

hyperlink naar de foto’s van Pieter

Volgende keer vertelt Hans Dijkema hoe hij als buurtactivist betrokken raakte bij de ‘strijd om het WG terrein’. Hij schreef er zelfs een doctoraalscriptie over …..

Posted in Alle berichten, Burenberichten, WGeschiedenis | Leave a comment