Sober en doelmatig in een 19de-eeuwse jas

Als jong aanstormende architecten gaan Bart en Margreet aan de slag met het Poortgebouw. Zij kennen elkaar vanuit hun studietijd, allebei zijn ze opgeleid aan de TU Delft. Begin jaren tachtig wonen Bart en Mechtild op de derde verdieping van Frans van Mierisstraat 44, daar komen de initiatiefnemers van de coöperatieve woonvereniging bij elkaar. Het manifest tegen speculatie en voor buurtverbetering wordt daar opgesteld en de eerste ontwerpschetsen worden er gemaakt. De sfeervolle aquarel, vervaardigd door Bart, komt later goed van pas tijdens de hoogoplopende discussie over het vernieuwde uiterlijk van het Poortgebouw.

Margreet woont en werkt als architect op het Prinseneiland, in pakhuis Klaphout, maar in 1985 betrekt ze samen met compagnon Machiel van der Torre de bovenste verdieping van paviljoen 19 aan het WG plein. Tot de verhuizing naar het AMC was hier de afdeling Oogheelkunde gevestigd. De houten opbouw, waar Duinker, van der Torre kantoor houdt, is vermoedelijk in de jaren zestig toegevoegd aan het gebouw dat uit 1936 dateert en veel kenmerken van de Amsterdamse School vertoont. Bart werkt tot 1986 als projectleider stadsvernieuwing bij de Dienst Volkshuisvesting Amsterdam, hij sluit zich dan aan bij Duinker, van der Torre en komt ook op de bovenste verdieping van paviljoen 19 te werken. In het hooggelegen architectennest zijn tussen 1985 en 1988 heel wat gesprekken gevoerd met de toekomstige Poortgebouw-bewoners.

In het ontwerpproces nemen Bart en Margreet het oorspronkelijke gebouw zo veel mogelijk als uitgangspunt. Het Poortgebouw is als eerste onderdeel van het Wilhelmina Gasthuis tussen 1891 en 1893 gebouwd in opdracht van de gemeente Amsterdam naar ontwerp van architect Hendrik Leguyt. Het is bedoeld als administratiekantoor en er zijn ziekenzalen voor betalende patiënten. De bakstenen gevels, opgetrokken in een voor de bouwtijd kenmerkende neo-renaissance stijl, refereren aan het 17 de -eeuwse Pesthuis, het Buitengasthuis dat ongeveer op de plek van het tegenwoordige Huygenscollege stond en dat pas in 1937 is afgebroken.

Het Poortgebouw heeft een H-vormige plattegrond en bestaat uit drie verdiepingen, op de begane grond en de eerste verdieping is de hoogte ruim vier meter, de tweede verdieping ruim drie meter, de kapverdieping is lager. In de twee identieke vleugels, aan weerszijden van de poort zijn de ziekenzalen en werkkamers aan lange gangen gelegen. Aan de west- en oostzijde van het gebouw bevinden zich galerijen, breed genoeg om bedden buiten te zetten, voorzien van gietijzeren kolommen en kapitelen.

Na grondige bestudering van het gebouw kiezen Bart en Margreet er voor om de lange as van de gang op de begane grond te handhaven. Door een galerij aan de achterzijde en trappenhuizen in de oost- en westvleugel toe te voegen worden alle woningen toegankelijk en onderling bereikbaar gemaakt. Met de logica van het bestaande gebouw als basis maken ze een verkaveling. Sober en doelmatig, dat zijn de kernbegrippen. Uiteindelijk worden het 32 woningen die onderling behoorlijk verschillen, van groot (180m2) tot kleiner (70m2), elk voorzien van volwaardige installaties en met een buitenruimte. Binnen deze ‘kavels’ hebben de bewoners een grote vrijheid de woningen naar eigen behoefte in te delen. Bart en Margreet herinneren zich nog de brainstormsessies, de vele voorbereidende gesprekken met toekomstige bewoners en de bouwvergaderingen. Ze wisten dat een nieuwbouwproject lastig kan zijn maar hebben ervaren dat de ‘verbouwing’ van een
monumentaal pand – met de uiteenlopende wensen van de bewoners als leidraad – pas echt ingewikkeld is.

In 1986 wordt de bouwvergunning verstrekt maar dan tekent de buurt bezwaar aan tegen de plannen, met name het verwijderen van een aantal dakkapellen wordt beschouwd als een aantasting van de monumentale eenheid van het oorspronkelijke laat 19 de -eeuwse ontwerp. De argumentatie wordt verwoord door architect André van Stigt en de kwestie wordt voorgelegd aan de Raad van State. Ted en Bart moeten praten als Brugman om het ontwerp er door te krijgen. Volgens Ted zijn de aquarel die Bart voorlegt en de toelichting die hij er bij geeft doorslaggevend: het bezwaar van de buurt wordt afgewezen. En dan kan de bouw eindelijk echt beginnen.

Volgende keer vertelt Pieter over de wensen van de toekomstige bewoners en hoe deze werden opgenomen in het definitieve ontwerp.

This entry was posted in Alle berichten, WGeschiedenis. Bookmark the permalink.

Leave a Reply