Tegen speculatie – voor buurtverbetering

Aan de koffie in Helmersplantsoen nummer 3, bij Ted Zwietering, op tafel ligt het manifest dat midden jaren tachtig  is opgesteld door de coöperatieve woonvereniging Willemina. Vorm en inhoud weerspiegelen de ideeën van een kleine groep enthousiastelingen die jarenlang heeft gewerkt aan het realiseren van een idealistisch plan. Ted is een van degenen die het stuk heeft opgesteld.

Eind jaren zeventig begint het allemaal, Ted is net afgestudeerd aan de TU Eindhoven en heeft onderzoek gedaan naar de kosten van stadsvernieuwing en vooral naar de vraag waarom het in Amsterdam zo veel duurder is dan elders. In de praktijk doet hij ervaring op bij aannemersbedrijf Wilma waar hij meewerkt aan een drietal projecten in de stadsvernieuwing. Daar komt hij in contact met wethouder Jan Schaefer die hem vraagt om voor de gemeente te komen werken. Hij zal zijn hele loopbaan in de stedelijke ontwikkeling doorbrengen, tot 2003 in dienst van de gemeente Amsterdam.

Ted en Tineke wonen in de Rivierenbuurt maar willen graag in een ‘kollektief’ wonen, liefst in een nieuw gebouwd huis. Grond kopen en zelf bouwen in Amsterdam is in die tijd echter moeilijk zo niet onmogelijk. De spraakmakende verbouwing van Prinsengracht 151, een grachtenpand door Sjoerd Soeters in 1979 verbouwd tot woningen en werkruimte voor zijn architectenbureau, spreekt tot de verbeelding. Het is een van de aanleidingen om op zoek te gaan naar beschikbare gebouwen in de stad.

In de vriendenkring zijn Mechtild en Bart geestverwanten die ook wel voelen voor een gezamenlijk woonproject. Samen wordt uitgekeken naar bestaande panden en als het gebouw van Rath & Doodeheefver aan de Prinsengracht 730-736 beschikbaar komt, dan gaan ze aan de slag. Het Bouwfonds – tegenwoordig Bouwfonds Property Development genaamd – wordt gevraagd deel te nemen. De wens is om met een coöperatieve woonvereniging huur- en koopwoningen te realiseren. Voor de financiering van de huurwoningen wordt door het Bouwfonds een gemeentelijke garantie geëist en die waarborg geeft de gemeente niet. Daarmee is het onmogelijk om een hypotheek te krijgen en komt het initiatief niet van de grond.

In dezelfde periode wordt duidelijk dat het Wilhelmina Gasthuis gaat verhuizen naar de Bijlmer en dat het ziekenhuiscomplex vrij komt. Amsterdam koopt de gebouwen en de grond van de Rijksoverheid met uitzondering van het Poortgebouw. Dat komt bij het Bouwfonds terecht, maar het is dan nog niet duidelijk wat de bestemming gaat worden. Het Bouwfonds wil het voor 1,3 miljoen gulden doorverkopen. Ondertussen is de woningnood in Amsterdam groot. Sinds 1978 dalen de prijzen van koopwoningen spectaculair, het gemeentelijk beleid is vooral gericht op sociale huurwoningen en bijna alle grote gebouwen in de stad worden gekraakt.

Tijd voor nieuwe initiatieven! Ted en Mechtild gaan – wijzer geworden door de ervaring met het R&D project – opnieuw met Bouwfonds om tafel. Ze willen het idee om huur en koop te combineren in het Poortgebouw realiseren. Als de eerste schetsontwerpen op papier worden gezet, blijkt dat de woongroep heel wat anders voor ogen heeft dan het Bouwfonds, dat eigenlijk streeft naar traditionele Premie A en B woningen. Ted verdedigt, als contactpersoon, de ideeën van de woongroep bij de andere partijen.

Zo komt het manifest tot stand als een actiemiddel tégen speculatie en vóór buurtverbetering. Als Ted het nu opnieuw leest, stelt hij vast dat veel van de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt. De achterliggende ideeën van de initiatiefnemers zijn nog steeds af te lezen aan het gebouw. Je kunt het zien aan de vormgeving van de appartementen, de manier waarop er samen wordt gewoond en aan  het onderhoud dat in eigen beheer wordt uitgevoerd. Natuurlijk is ook zonneklaar wat niet is gelukt: de ontwikkelingen op de huizenmarkt hebben de waarde van het gebouw zo doen toenemen dat het onmogelijk bleek om de woonruimte blijvend goedkoop te houden en de combinatie van huur en koopwoningen was van meet af aan een onhaalbare zaak. De coöperatieve woonvereniging, opgericht om het eigendom van álle woningen te verwerven en zo garant te staan voor de koop- én huurwoningen, moest een lening afsluiten. Het Bouwfonds verstrekte de lening alleen als de gemeente garant zou staan en de gemeente weigerde dat ook voor het Poortgebouw. Er kwamen dus alleen koopappartementen. De gemeente – in de persoon van Jan Schaefer – stelde als voorwaarde dat de helft van de woningen zou worden toebedeeld aan buurtbewoners. En zo geschiedde.

Sinds hij bezig is met het energietransitie-project kijkt Ted met andere ogen naar het WG terrein. Hij realiseert zich dat de bewoning van het Poortgebouw en de bedrijfsfuncties van de andere paviljoens een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van de buurt. Daarnaast is ruimte gecreëerd voor (geestelijke) gezondheidszorg en voor de ontwikkeling van artistiek talent. Dat allemaal bij elkaar maakt het WG terrein tot een unieke plek in de stad, een plek om te koesteren.

Volgende keer vertellen Margreet en Bart over de eerste ontwerpen voor de verbouwing van het Poortgebouw.

This entry was posted in Alle berichten, Burenberichten, WGeschiedenis. Bookmark the permalink.

1 Response to Tegen speculatie – voor buurtverbetering

  1. Bewoner says:

    Wat een prachtige blog! Bedankt voor het optekenen van onze geschiedenis, Gusta.
    Ik kijk al uit naar de volgende blog.
    Annette

Leave a Reply